Blog

Schrap in onzinnige beoordelingen!

Gepubliceerd op:
13
October
2020
door:
Jim Faas

Lageropgeleiden leven gemiddeld 6 jaar korter dan hogeropgeleiden en krijgen 15 jaar eerder serieuze gezondheidsproblemen. Verbindt het ministerie van Sociale Zaken daar eindelijk eens consequenties aan? Hallo daar?

Wie nog niet heeft meegekregen dat lageropgeleiden gemiddeld zes jaar korter leven dan hogeropgeleiden en vijftien jaar eerder serieuze gezondheidsproblemen ontwikkelen, leeft onder een steen. Het ene artikel na het andere onderzoek verschijnt over deze kwestie. Verbindt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daar eindelijk eens consequenties aan? Hallo daar?

Wat heeft dit te maken met verzekeringsartsen? Nou, heel veel. Er valt namelijk nog flink wat te schrappen in de categorie onzinnige beoordelingen. Verzekeringsgeneeskunde is een mooi vak. Ja, als er perspectief is! Liefst een beoordeling met toegevoegde waarde. Die is er lang niet altijd, laten we daar eerlijk in zijn. Zo laat de politiek verzekeringsartsen maar doortobben met de beoordeling van zestigplussers. Geloof me, het gaat er niet beter op worden.

Politici zijn vooral wakker te schudden door gemangelde burgers ten tonele te voeren. Die zijn er helaas te over.

Buikpijncasus

Een 61-jarige receptioniste voor 24 uur per week, die (jawel) 44 jaar bij dezelfde werkgever werkte, valt uit met depressieve klachten. Bedrijfsmaatschappelijk werk werd ingeschakeld: geen verbetering. De 24-uurs zorg voor haar ernstig zieke man komt volledig op haar neer. Ambulante hulpverlening door de POH-GGZ geeft steun en structuur. Medicatie is geregeld. Het gaat zo allemaal net. Ze heeft geprobeerd haar uren anders in te delen, te verminderen, maar moest uiteindelijk haar werk – dat ze met veel plezier deed – staken. Ze kon zich niet goed meer concentreren en begon fouten te maken. Eerder had ze al een burn-out, maar ze is altijd weer doorgegaan met zorgen voor anderen, zichzelf wegcijferend. De bedrijfsarts heeft haar twee jaar begeleid en is tot hier gekomen.  

In een casusbespreking over de WIA-beoordeling bekreunen collega-verzekeringsartsen zich over de vraag of hier een situatie is van ‘geen benutbare mogelijkheden’ (GBM). Daarvoor zijn de wettelijke criteria behoorlijk strikt en je moet de boel wel erg oprekken om haar daaronder te laten vallen. ‘Belasting door zorgtaken telt niet mee bij het vaststellen van de belastbaarheid’ is het juridisch adagium. Een functionele mogelijkhedenlijst (FML) opstellen dan? Dan moet ze daarna naar de arbeidsdeskundige die functies gaat duiden. Het zou zomaar kunnen dat ze niet arbeidsongeschikt is in de zin van de wet, omdat er minder dan 35 procent loonverlies is. Daarna is godbetert een ‘klantreis’ mogelijk: bijvoorbeeld van de WW via de Ziektewet weer terug naar de WIA. Ad nauseam.

Alles, niks of een ratjetoe dus. Wie hakt er welke knoop door?  

Aandachtig volg ik als een vlieg op de muur de discussie. In mijn hoofd zingt het ‘waar zijn we hier in vredesnaam mee bezig?’ Durft er iemand met droge ogen te beweren dat deze vrouw als zij haar dienstverband kwijt is heus nog wel ergens anders aan de bak komt? En wie zegt daar ‘Iedereen moet meedoen!’ De collega die deze casus inbrengt, heeft er in elk geval buikpijn van.

Werkverlies als criterium

Niet voor de eerste keer fluistert André Knottnerus in mijn oor: ‘Men kan zich afvragen in hoeverre het (…) nog zinvol en maatschappelijk rechtvaardig is om voor langdurige werkloosheid een minder goede sociale voorziening te hebben dan voor arbeidsongeschiktheid. Beide zijn immers vormen van gedwongen niet-kunnen-werken, en wellicht is het verschil in financiële waardering, gekoppeld aan een medische beoordeling, oorzaak van veel ongewenste medicalisering.’ Dat zei hij al in 1985, zinspelend op zoiets als een algemene uitkering voor werkverlies. In een eerdere blog beschreef ik de toekomst met voortdurende structurele werkloosheid, meer en meer flexwerk en kortere dienstverbanden. Daar zijn we inmiddels aangekomen, met een extra douw van covid-19.

Politieke daadkracht graag

Ik leg de bal graag waar die hoort. Kamerleden en Sociale Zaken: haal eens wat weg van het bord bij verzekeringsartsen. Reduceer niet alles tot ‘het capaciteitsprobleem’ bij de uitvoering. Ik blijf herhalen: er valt nog heel wat te schrappen in onzinnige beoordelingen.

En bedenk zelf ook eens wat nuttigs. Zoals wetgeving die beter aansluit bij de praktijk en die past bij déze tijd. Of die minder complex en minder moeilijk uitvoerbaar is. Van het pingpongen van oudere werknemers tussen de loondoorbetalingsverplichting, de WW, Ziektewet en WIA worden zíj echt niet gezonder. Of begin simpeler: dan mag onze receptioniste, samen met al die anderen die er ruim veertig jaar op hebben zitten, met vroegpensioen.

Bronnen

  • Michiel van der Geest, ‘Wie arm is en laagopgeleid is ongezonder en sterft vaak eerder dan een   hogeropgeleide (…)’, Volkskrant, 3 oktober 2020
  • WRR-Policy Brief 7, ‘Van verschil naar potentieel. Een realistisch perspectief op de sociaaleconomische gezondheidsverschillen’, 2018
  • Jim Faas, ‘Uit en amen’, Medisch Contact, 18 februari 2016

Medisch Contact https://www.medischcontact.nl/opinie/blogs-columns/blog/schrap-in-onzinnige-beoordelingen.htm

Download artikel